Wegwijs in de procesdoelen

Doelen zijn het startpunt, niet de eindbestemming
Vanuit de procesdoelen trachten we de morele ontwikkeling te stimuleren. Deze morele ontwikkeling kan niet zonder zelfontplooiing.

+ we onderzoeken waarden
+ we oefenen vaardigheden
+ we ontwikkelen attitudes

Via de procesdoelen worden de leerlingen gestimuleerd om kennis en ervaring van normen en waarden te verkennen, te onderzoeken, te beoordelen en toe te passen.

Belangrijk is dat leerlingen autonoom kunnen reflecteren over denken en handelen van zichzelf en anderen. Dit om in groeiende mate zin te geven aan zichzelf in relatie met de anderen, de samenleving, de wereld en de natuur.
Autonomie
procesdoel
1
P-doel
Zelfstandig, vrij en ondogmatisch kunnen reflecteren over je eigen denken en handelen. Op basis van vrij onderzoek en rationele argumenten en rekening houdend met mogelijke gevolgen tot een gefundeerd oordeel en een gemotiveerde keuze voor je eigen handelen komen. Erkennen dat anderen ook hun eigen keuzes moeten kunnen maken.
kennis
dogma’s versus vrij onderzoek, rede versus emoties
vaardigheden
zelfreflectief vermogen, zelfsturing, zichzelf/situaties kunnen inschatten, vraagstukken met een open blik benaderen en onderzoeken
attitudes
(zelf)kritische en constructieve houding, opkomen voor je waarden, houding van onafhankelijkheid, respect voor de autonomie van de ander
Moreel denken
procesdoel
2
P-doel
Op een zelfstandige manier en vanuit een betrokkenheid op anderen waarden ontdekken, verkennen, verhelderen en onderzoeken. Zich bereid tonen om alternatieven te overwegen en aan perspectiefwisseling te doen om tot een beargumenteerd moreel oordeel te komen.
kennis
feiten en meningen, waarden en normen, (voor)oordelen en stereotypen
vaardigheden
een eigen moreel kader kunnen hanteren in morele oordeelsvorming, alternatieven en perspectieven tegenover mekaar afwegen, complexiteit in kaart kunnen brengen, gradaties van goed en slecht (h)erkennen
attitudes
betrokkenheid op anderen en op de wereld, morele sensibiliteit, bereidheid om vraagstukken te benaderen vanuit ethisch perspectief, tegen onverschilligheid
Humaniseren
procesdoel
3
P-doel
Het geloof in fundamentele mensenrechten, waaronder het recht op een menswaardig bestaan en het recht om je leven naar eigen inzicht vorm te geven. Zich verbonden voelen met anderen vanuit de menselijke waardigheid. Een democratische grondhouding aannemen in groepsprocessen en besluitvormingsprocedures.
kennis
IVRK, UVRM, universele basisbehoeften, sociale rechtvaardigheid, gemeenschapsvorming, democratische en ondemocratische samenlevingen
vaardigheden
op een democratische manier samenwerken, participeren en beslissen
attitudes
betrokken zijn op de wereldwijde gemeenschap van mensen, zich open, respectvol en loyaal verhouden tot anderen, streven naar universele menselijke waardigheid, vertrouwen hebben in de maakbaarheid van de wereld
Verantwoordelijkheid
procesdoel
4
P-doel
Actief aan de samenleving deelnemen door verantwoordelijkheid voor je handelen op te nemen in alle dimensies van het (samen)leven en voor de natuur. Je verantwoordelijkheid afstemmen op je eigen behoeften, die van anderen en die van de generaties na ons.
kennis
verantwoordelijkheid als filosofisch concept, globalisering, duurzaamheid
vaardigheden
engagement opnemen, sociaal ondernemerschap
attitudes
openstaan voor de noden van anderen, zich verantwoordelijk voelen voor gemaakte keuzes en beslissingen, een zorgzame houding aannemen tegenover mens en natuur
Zingeving
procesdoel
5
P-doel
Verkennen wat een zinvol, gelukkig leven is en bewust streven naar een zinvolle invulling van het eigen leven in het ‘hier en nu’. Zichzelf oefenen in zingevingsvragen en vanuit verantwoordelijkheid en creativiteit bewust je menselijke mogelijkheden trachten te realiseren. Respect betonen voor de levensbeschouwelijke keuzes van anderen.
kennis
levensvragen, levensbeschouwingen, ideologieën, zingevingssystemen
vaardigheden
kritisch-creatief denken, je eigen leven richting kunnen geven, constructief kunnen omgaan met verandering en onzekerheid
attitudes
zelfrealisatie, zin vinden in en buiten zichzelf, zelfgestuurd betekenisvolle engagementen aangaan in je leven, zich verantwoordelijk voelen voor het eigen geluk, betrokkenheid op het geluk van anderen betonen

Wegwijs in de themavelden

Negen thema’s en levensdomeinen
Het leerplan wordt thematisch opgebouwd aan de hand van negen grote onderzoeksvelden of themavelden. Die themavelden laten toe om de grote domeinen en invloedsferen van het leven, levensbeschouwelijk te onderzoeken vanuit het vrijzinnig humanistisch denken.  

Per themaveld wordt ter ondersteuning een beknopt overzicht gegeven van (1) de vrijzinnig humanistische benadering van het thema, (2) enkele didactisch pedagogische wenken, (3) enkele rubrieken als inspiratie bij de leerlingenevaluatie en rapportering en (4) enkele richtinggevende vragen per procesdoel, die het themaveld helpen operationaliseren vanuit het onderliggend procesdoel.

Waar je je ook bevindt op de site van het leerplan vind je deze vier categorieën ter ondersteuning onder elke groeilijn terug.
Identiteit
themaveld
1
thema
Hoe mensen zichzelf definiëren, beschrijven, presenteren en positioneren tegenover anderen vormt de bouwsteen van iemands identiteit. Je identiteit hangt samen met je overtuigingen, waarden en normen. Op hun beurt beïnvloedt je identiteit hoe je de wereld waarneemt, interpreteert en hoe je je daarbinnen gedraagt.

Identiteitsontwikkeling is een complex proces en onze identiteit bestaat uit meerdere lagen (beroep, etniciteit, gender, sociale klasse, levensbeschouwing, levensfase, seksuele voorkeur, …). Dit gaat over zowel cognitieve, gedragsmatige en gevoelsmatige processen.

Identiteit is de manier waarop we onszelf definiëren en krijgt vorm in interactie met de omgeving, waarbij identiteit-verlenende omschrijvingen door anderen, vanuit de groep, de omgeving of de cultuur worden overgenomen, genegeerd of geweigerd. Die verschillende dimensies en interacties kunnen aanleiding geven tot verschillende spanningen. Vrijzinnig humanisten stimuleren een kritisch onderzoek van de krachten en invloeden die op je inwerken (vormen van manipulatie door anderen, de media, advertentiestrategieën … of door jezelf), om na te gaan tot op welke hoogte je verlangens en je zelfbeeld hierdoor gedisciplineerd zijn en hoe je je tot die invloeden kunt verhouden.

Met dit themaveld willen we jongeren helpen bij het verkennen en ontwikkelen van een eigen identiteit vanuit een vrijzinnig humanistisch perspectief. We laten hen inzien hoe een identiteit wordt gevormd, hoe het dynamisch en meervoudig is en hoe het samenhangt met maatschappelijke en culturele factoren. Er is een opbouw die begint bij de persoonlijke ervaringen van leerlingen en geleidelijk aan evolueert naar meer abstracte en complexte aspecten van iemands identiteit.

In de eerste graad focussen we op zelfkennis en eigen talenten, de tweede graad verbreden we dit naar sociale identiteiten en groepsidentificatie en in de derde graad benaderen we dit meer vanuit een filosofisch perspectief. De matrix maakt een geïntegreerde aanpak van de competenties mogelijk. Zo kan in de eerste graad een project rond 'Wie ben ik?' alle competenties betrekken: hoe zie ik mezelf en hoe zien anderen mij? Welke factoren beïnvloeden mijn zelfbeeld? Hoe verhouden mijn verschillende identiteiten zich tot elkaar? In de tweede graad kan gewerkt worden rond culturele en seksuele identiteit en diversiteit, terwijl in de derde graad ethische vraagstukken rond identiteit en technologie bijvoorbeeld aan bod kunnen komen.

Voor dit themaveld is een ervaringsgerichte en narratieve benadering zeer geschikt. Laat leerlingen hun eigen levensverhaal vertellen, gebruik biografieën van inspirerende figuren, en organiseer ontmoetingen met mensen met diverse achtergronden. Stimuleer zelfreflectie en kritisch denken over identiteitsvorming door middel van creatieve opdrachten, discussies en debatten. Rollenspellen, collages en identiteitscirkels zijn leuke en activerende werkvormen om hiermee aan de slag te gaan.

De leerkracht kan ook verbanden leggen met andere themavelden, zoals Themaveld 2 en 3, om de complexiteit van identiteit te tonen en vanuit dat perspectief te vertrekken. Projecten kunnen de basis vormen voor vakoverschrijdende samenwerking met andere levensbeschouwelijke vakken.

Bij de evaluatie ligt de nadruk op het beoordelen van kritische denkvaardigheden en zelfreflectie, eerder dan op feitelijke kennis. Stimuleer leerlingen om hun eigen IK te ontwikkelen bijvoorbeeld door middel van een portfolio of dagboek.

Heading 6

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Zelfonderzoek
Indicatief en ter inspiratie
A
starter
B
basis
C
gevorderd
D
expert
Ik ben nog volop zoekende naar wie ik ben en hoe ik in het leven sta.
Ik ben me enigszins bewust van mijn geschiedenis/achtergrond en mijn persoonlijkheid, maar heb deze inzichten nog niet vervlochten tot een coherent zelfbeeld.
Ik erken onderbouwde aspecten van mijn eigen voorkeuren en identiteiten op het vlak van mijn geschiedenis/achtergrond, mijn persoonlijkheid en mijn fysieke en mentale grenzen. Geleidelijk aan groei ik verder naar een steeds omvattender en meer coherent zelfbeeld.
Ik ben in staat om vanuit een bewuste reflectie over mijn geschiedenis/achtergrond, mijn persoonlijkheid en mijn fysieke en mentale grenzen mijn eigen identiteit coherent, flexibel en veelzijdig te definiëren.
Identiteit en de ander
Indicatief en ter inspiratie
A
starter
B
basis
C
gevorderd
D
expert
Het vormt voor mij een uitdaging om te erkennen dat anderen andere voorkeuren, meningen en identiteiten kunnen hebben dan ik.
Ik vind het voor sommige aspecten moeilijk om het anders-zijn van anderen te erkennen en te waarderen.
Binnen en buiten de klas ga ik op een verdraagzame en open manier om met de meningen en identiteiten van anderen. Ik kan me verplaatsen in het perspectief van anderen.
Ik zet me er actief voor in dat ieders identiteit en mening op school en in de klas erkend kan worden.
Groepsdruk
Indicatief en ter inspiratie
A
starter
B
basis
C
gevorderd
D
expert
Ik ben vatbaar voor groepsdruk, vooroordelen en uitsluiting.
Ik ben soms vatbaar voor groepsdruk, vooroordelen en uitsluiting.
Externe druk kan me soms nog wel aan het twijfelen brengen. Ik sta kritisch stil bij de dynamieken van groepsdruk, vooroordelen en uitsluiting.
Ik kan aan externe druk weerstaan. Ik reageer consequent tegen dynamieken van groepsdruk, vooroordelen en uitsluiting.
autonomie
[procesdoel 1]

Wie ben ik? Wat maakt mij uniek? Wat kan ik? Wat zijn mijn talenten, drijfveren, passies?

Wie wil ik zijn? Waar streef ik naar? Wat motiveert mij?

moreel denken
[procesdoel 2]

Welke rol spelen waarden en normen in mijn identiteit?

Welke invloed heeft mijn mens- en wereldbeeld op wie ik ben?

Welk verband bestaat er tussen zelfbeeld en imago/reputatie?

humaniseren
[procesdoel 3]

Hoe zien anderen mij? Wie ben ik in relatie tot anderen?

Hoe presenteer ik mij naar anderen toe?

Hoe beïnvloeden sociale media mijn zelfbeeld?

Hoe beïnvloeden groepen waartoe ik behoor mijn identiteit?

verantwoordelijkheid
[procesdoel 4]

Hoe hou ik in mijn omgang met anderen rekening met eenieders uniciteit?

Hoe kan ik groeien in het samenleven met anderen?

Hoe kan ik op een respectvolle manier samenleven met anderen in relatie tot onze meerlagige identiteit?

zingeving
[procesdoel 5]

Welke waarden zijn voor mij belangrijk?

Wat geeft mijn leven betekenis?

Vrijzinnig humanisme
themaveld
2
thema
Vrijzinnigheid staat voor het ongebonden denken, spreken en handelen. En humanisme is de gedachtestroming die de menselijke waardigheid centraal plaatst. Het vrijzinnig humanisme combineert beide om aan de drie levensbeschouwelijke domeinen (de mens, de samenleving, de bredere wereld) een eigen invulling of betekenis te geven.

Voor het vrijzinnig humanisme is de mens een toevallig product van biologische evolutie en een sociaal dier dat rationeel en zonder bevoogding kan handelen. Vrijzinnig humanisten vertrouwen dan ook op het menselijke kunnen en baseren zich op vrij onderzoek en ervaring om aan het bestaan zin te geven. Daarvoor beroepen zij zich niet op bovennatuurlijke autoriteit(en).

Op het maatschappelijke domein staat het vrijzinnig humanisme voor de wil om een rechtvaardige, broederlijke en verdraagzame samenleving uit te bouwen. Vrijzinnig humanisten delen het streven naar een democratische rechtsstaat, die garant staat voor de menselijke waardigheid en de fundamentele mensenrechten. In het vrijzinnig humanisme wordt het ideaalbeeld van een inclusieve samenleving, vrij van onrecht en onderdrukkende machtsverhoudingen en -structuren, breed gedeeld. Vrijzinnig humanisten streven naar een samenleving waarin mensen respect opbrengen voor wat religie betekent voor gelovigen, zonder daarbij de verworvenheden van de secularisering op te geven.

En in zijn relatie tot de bredere wereld erkent het hedendaags vrijzinnig humanisme dat de mens noch het centrum van het universum is, noch boven de natuur verheven is. We zijn verbonden met andere levende wezens in ecosystemen waarvan wij allemaal afhankelijk zijn, en waarvan wij de duurzaamheid moeten helpen verzekeren.

Dit themaveld is om voor de hand liggende reden het meest algemene. Het is hoofdzakelijk bedoeld om leerlingen kennis te laten maken met het vrijzinnig humanisme op zich, eerder dan via zijn ‘toepassing’ zoals in de andere themavelden. Daaraan verbonden willen we hen in dit themaveld ook doen nadenken en laten ervaren hoezeer of in welke mate dit correspondeert met hun eigen levensbeschouwelijke groeiproces.

Hoewel ook hier de matrix toestaat om koppelingen te maken met verschillende competenties uit de keuzemodules, alsook om projectmatig aan de slag te gaan, is het hier (zeker voor de eerste en tweede graad) toch aangeraden de competenties ook afzonderlijk te ontwikkelen tijdens een bepaalde periode in het jaar. Dat staat de leerkracht immers toe om het bijzondere van het vak – de vrijzinnig humanistische levensbeschouwing – duidelijk te onderlijnen of het meer algemeen en kernachtig weer te geven.

Om de meeste inhouden of competenties van dit themaveld aan te brengen is een narratieve benadering zeker zinvol (1). Door het verkennen van vrijzinnig humanistische verhalen of verhalen over vrijzinnig humanisten en hun ideeën en handelingen, kunnen leerlingen een levendig beeld verkrijgen dat hen aanzet om kritisch te reflecteren over hun eigen zingeving. Bovendien ervaren ze zo ook de kracht van taal en het narratieve karakter van betekenisgeving en identiteitsontwikkeling, zaken die in het onderwijsmodel van de oude humanisten ook al belangrijk waren.

Een cruciaal aspect van vrijzinnig humanisme is zingeving. Leerlingen worden uitgenodigd om na te denken over wat zij belangrijk en waardevol vinden in het leven en hun omgeving. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door het onderzoeken van vrijzinnige rituelen en vieringen, die zinvolle elementen bevatten en kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van een persoonlijke levensbeschouwing.

(1) In het vak godsdienst en levensbeschouwing worden vaak verhalen uit religieuze tradities en voorbeeldfiguren, gebruikt om inzicht te bieden in de geschiedenis van religies, levensbeschouwingen en de waarden die ze vertegenwoordigen. Dit kan ook voor vrijzinnig humanistische perspectieven een waardevolle lesinsteek zijn. Narratief onderwijs, waarbij verhalen en narratieve competenties centraal staan, kan bijdragen aan identiteitsontwikkeling en begrip van verschillende levensbeschouwelijke standpunten, zoals het vrijzinnig humanisme.

Het vrijzinnig humanisme, dat de nadruk legt op de menselijke rede, verantwoordelijkheid, verbondenheid en individuele vrijheid, kan een belangrijke rol spelen in de narratieve identiteitsontwikkeling van jongeren. Door het verkennen van vrijzinnig humanistische verhalen en ideeën kunnen leerlingen hun gevoel van zingeving verrijken en verdiepen, en kritisch reflecteren op culturele narratieven over hun levensbeschouwing en de waarden en normen die deze omhelzen. Een mogelijk inhoudelijk lesinsteek kan een raamwerk zijn voor narratief onderwijs. Deze is verdeeld in 4 typen: a) leren van verhalen, waaronder vrijzinnig humanistische verhalen; b) leren in het vertelproces, met aandacht voor het delen van persoonlijke vrijzinnig humanistische ervaringen; c) leren over de kracht van taal en het narratieve karakter van betekenisgeving en identiteitsontwikkeling met inzicht in hoe vrijzinnig humanisme betekenis kan geven aan het leven; en d) leren door je eigen verhaal te positioneren, met ruimte voor het verkennen en positioneren van vrijzinnig humanistische overtuigingen.

Heading 6

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Duiden van vrijzinnig humanisme
Indicatief en ter inspiratie
A
starter
B
basis
C
gevorderd
D
expert
Ik heb (nog) geen duidelijk beeld van vrijzinnig humanisme en kan de kernprincipes niet benoemen.
Ik begrijp de basisprincipes van vrijzinnig humanisme, maar heb moeite om deze toe te passen in de praktijk (of daarvan een voorbeeld te geven in de praktijk).
Ik kan de kernprincipes van vrijzinnig humanisme toepassen op verschillende situaties en kan kritisch denken vanuit een vrijzinnig humanistisch perspectief.
Ik heb een diepgaand begrip van vrijzinnig humanisme en kan daarbij de interne pluraliteit in het vrijzinnig humanisme onderzoekend aantonen en bespreken op basis van de assen ‘van antropocentrisme naar eco-humanisme’, ‘van vrijzinnigheid naar humanisme’, ‘van atheïsme naar atheïstische religiositeit’. Ik kan de principes moeiteloos toepassen op complexe situaties, waarbij ik anderen inspireer en begeleid in hun (vrijzinnig humanistische) ontwikkeling.
Ik kan eenvoudige teksten of verhalen over vrijzinnig humanisten herkennen.
Ik kan verschillende soorten vrijzinnig humanistische teksten en verhalen over vrijzinnig humanisten onderscheiden en de belangrijkste vrijzinnige waarden benoemen.
Ik kan complexe vrijzinnig humanistische teksten of verhalen over vrijzinnig humanisten analyseren en koppelen aan actuele voorbeelden.
Ik kan zelfstandig vrijzinnig humanistische teksten of verhalen analyseren en koppelen aan eigen leefwereld en actuele voorbeelden.
Eigen waarden en normen
Indicatief en ter inspiratie
A
starter
B
basis
C
gevorderd
D
expert
Ik ben me (nog) niet bewust van mijn eigen waarden en normen en kan ze niet relateren aan vrijzinnig humanisme.
Ik ben me bewust van mijn eigen waarden en normen en kan enkele verbanden leggen met vrijzinnig humanisme, maar heb moeite om dit te koppelen aan voorbeelden uit mijn eigen leefwereld.
Ik kan mijn eigen waarden en normen koppelen aan vrijzinnig humanisme en kan dit koppelen aan actuele voorbeelden uit mijn eigen leefwereld.
Ik heb een goed begrip van mijn eigen waarden en normen in relatie tot vrijzinnig humanisme en kan dit op een consistente en geïntegreerde manier toepassen en koppelen aan actuele voorbeelden uit mijn eigen leefwereld maar ook in een mondiale context.
Vrijzinnig humanistische zingeving
Indicatief en ter inspiratie
A
starter
B
basis
C
gevorderd
D
expert
Ik vind het nog moeilijk om zingeving te vinden in vrijzinnig humanistische waarden.
Ik begrijp het belang van zingeving en autonomie binnen het vrijzinnig humanisme, maar heb moeite om deze concepten toe te passen in mijn eigen leven.
Ik kan zingeving en autonomie binnen het vrijzinnig humanisme toepassen in mijn eigen leven.
Ik ben in staat om zingeving en autonomie binnen het vrijzinnig humanisme op een diepgaand niveau te begrijpen en toe te passen, en kan luisteren naar andere ideeën en anderen respect tonen in hun zoektocht naar zingeving en autonomie.
Ik kan eenvoudige vragen stellen over de invloed van levensbeschouwingen en perspectieven op zingeving.
Ik kan voorbeelden geven van hoe het verkennen van verschillende levensbeschouwingen en perspectieven zingeving kan verrijken.
Ik kan de invloed van verschillende levensbeschouwingen en perspectieven op zingeving kritisch analyseren en evalueren.
Ik kan effectief en overtuigend communiceren over hoe het verkennend onderzoek van verschillende levensbeschouwelijke perspectieven kan bijdragen tot het verrijken en verdiepen van zingeving.
autonomie
[procesdoel 1]

Wat zijn de centrale elementen van het vrijzinnig humanisme?

In hoeverre kies ik zelf voor het vrijzinnig humanisme?

Hoe kan ik leren omgaan met andere keuzes die anderen maken?

moreel denken
[procesdoel 2]

Kan ik vrijzinnig humanistische waarden herkennen in mijn dagelijks leven? Hoe kan ik morele dilemma's oplossen met behulp van vrijzinnige principes?

Wat kan ik leren over vrijzinnige waarden en hoe leren ze mij om vanuit een vrijzinnig humanistisch perspectief te redeneren?

Kan ik vrijzinnig humanistische waarden en deugden herkennen en toepassen in concrete situaties?

Wat is voor vrijzinnig humanisme het belang van wetenschappelijke informatie voor het morele oordelen?

humaniseren
[procesdoel 3]

Hoe kan ik vanuit een vrijzinnig humanistisch perspectief bijdragen aan positieve verandering in onze gemeenschap en samenleving?

Hoe kan ik vrijzinnig humanistische waarden gebruiken om te werken aan een duurzame toekomst voor iedereen?

Hoe kan ik mijn (actieve) vrijheid linken aan verbondenheid met anderen en de natuur?

Begrijp ik het secularisme en de seculiere staat als het antwoord van de Verlichting op het absolutisme en de theocratie?

verantwoordelijkheid
[procesdoel 4]

Wat ondernemen vrijzinnig humanisten voor een meer humane wereld?

Hoe kan ik mijn eigen verantwoordelijkheid opnemen voor mijn keuzes en handelingen vanuit een vrijzinnig humanistisch perspectief?

Hoe kan ik vanuit een vrijzinnig humanistisch perspectief leren om verantwoordelijkheid te delen met anderen en samen te werken aan gemeenschappelijke doelen?

zingeving
[procesdoel 5]

Welke waarden zijn voor mij belangrijk?

Wat geeft mijn leven betekenis?

Samenleven, democratie en burgerschap
themaveld
3
thema
Samenleven is vandaag meer dan ooit samenleven in diversiteit. Hoe dat gebeurt bepaalt in belangrijke mate de openheid of geslotenheid van de samenleving. Vrijzinnig humanisten pleiten hier voor pluralisme en tolerantie. Ze verdedigen een inclusief model van samenleven waarin extremisme en discriminatie geen plaats hebben.

Veelal wordt burgerschap gelijkgesteld aan staatsburgerschap, waaraan rechten en plichten zijn verbonden, en waarvoor de burger zich de waarden en normen van de ‘natie’ moet eigen maken. In vergelijking daarmee bepleiten vrijzinnig humanisten veeleer een kritisch, wereld- en actief burgerschap:

Kritisch burgerschap. De samenleving is niet alleen cultureel divers, maar ook verdeeld langs breuklijnen: gevolgen van conflicten tussen voor- en tegenstanders van een open samenleving, tussen arbeid en kapitaal, tussen voorstanders van een groene markteconomie en wie systeemverandering wil. Een kritisch burger is zich bewust van deze superdiverse samenleving, haar kansen en spanningsvelden en kiest daarin zelfstandig positie.

Wereldburgerschap. Een wereldburger is niet iemand die zich overal even goed thuis voelt, maar wel iemand die begrijpt dat we leven in een ongelijk ontwikkelend wereld-systeem waarin rechtvaardigheid ook een mondiale kwestie is, en waarin autonomie afhankelijk is van medezeggenschap op meerdere politieke schaalniveaus, van het lokale tot het mondiale.

Actief burgerschap en democratie. Vrijzinnig humanisme kan als levensbeschouwing niet worden vereenzelvigd met een specifieke ideologie of politieke partij. Maar als verdedigers van een democratische rechtstaat zijn vrijzinnig humanisten voorstanders van de liberale vrijheden, de scheiding der machten, en meten ze ieder politiek plan af aan de mate waarin het de mensenrechten respecteert en een duurzame wereld realiseert. Daarbij zien zij zichzelf als actieve burgers, die met voldoende kennis van zaken kunnen overleggen en samenwerken met anderen, om de democratische waarden en instellingen hoog te houden en een meer humane wereld tot stand te brengen.

In dit themaveld willen we jongeren het actieve en kritische wereldburgerschap van vrijzinnig humanisten leren kennen. Dat burgerschap veronderstelt dat je met voldoende inzicht in menselijke conflicten, en met respect voor de waardigheid van de mens, democratische spelregels en mondiale rechtvaardigheid, autonoom positie inneemt in actuele lokale, nationale en mondiale kwesties.

We volgen daarvoor een stapsgewijze opbouw die vertrekt van contexten die wat dichter bij de leefwereld van de meeste leerlingen staan en die hen over de graden heen meeneemt naar steeds bredere contexten. De leerlijnen ontwikkelen zich in samenhang met die centrale as (van lokaal naar mondiaal) met een toenemende complexiteit van de oorzaken van de kwesties, het politiek duiden van oplossingen, de relevante instituties, het hanteren van democratische (gespreks)vaardigheden en het uiten van en reflecteren over engagement. Het is daarbij niet verboden om internationale of zelfs mondiale processen in een eerste of tweede graad aan bod te laten komen (zoals kolonialisme of imperialisme) maar de focus dient op de lokale resp. nationale kwestie, discriminatie en/of stereotypering resp. machtsmisbruik en/of uitbuiting, gericht te zijn.  

De opbouw van de matrix maakt daarmee een probleemgerichte en geïntegreerde aanpak van de competenties mogelijk. Zo is in de eerste graad bijvoorbeeld een geval van racisme op een school of in de eigen gemeente, waarover verschillende meningen in de media kwamen, een geschikt onderwerp voor een project van enkele weken, waarbij alle competenties betrokken kunnen worden: hoe spelen stereotypering en/of discriminatie een rol in deze kwestie; moeten we veel aandacht schenken aan racisme en/of discriminatie bij dit voorval; welke kinderrechten zijn hierbij relevant en waarom; welke oplossingen of maatregelen worden voorgesteld; welke waarden(hiërarchie) verbergen deze; zijn er organisaties waarop beroep kan worden gedaan om tot een oplossing te komen; wat kan de lokale school en/of politiek ondernemen; wat vinden we zelf en wat kunnen we zelf ondernemen? In dezelfde zin kan men voor de tweede graad denken aan een staking voor hogere lonen of betere arbeidsvoorwaarden in eigen land, en voor de derde graad aan een ontginningsproject dat internationaal ophef maakt.

Deze voorbeelden wijzen nog eens op de contexten van de voornaamste drie breuklijnen (zie introductie) en op de mogelijke combinatie met vooral themavelden 5 (Economie) en 7 (Milieu). Dergelijke projecten kunnen ook de basis vormen voor vakoverschrijdende projecten met collega’s van verschillende vakken. Je kan echter ook focussen op een of enkele competenties en daarvoor een of meerdere andere kwesties hanteren, zeker wanneer verschillende leerlingen bij zo’n bijzondere focus gebaat kunnen zijn.

De gegeven voorbeelden en indicatieve vragen maken tevens duidelijk dat ook hier kennis (over discriminatie, kinderrechten, …) en inzicht (in lokale politiek, waarden, …) van belang zijn. Die mag de leerkracht, wanneer nodig, geven en ook gewoon toetsen. Bij testvragen die naar een persoonlijke mening peilen worden de antwoorden beoordeeld op vaardigheden van het kritische denken.

Heading 6

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Belangen en waardenconflicten
Indicatief en ter inspiratie
A
starter
B
basis
C
gevorderd
D
expert
Ik kan me (nog) geen beeld vormen van de kwestie die we behandelden, en kan daarin ook geen problemen voor een vrijzinnig humanistische moraal vinden.
Ik heb een idee van de kwestie en kan ook vanuit een vrijzinnig humanistisch perspectief het belang ervan aangeven, maar heb nog moeite om de belangen- en waardenconflicten te duiden.
Ik heb een duidelijk beeld van de kwestie, kan daarin belangen- en waardenconflicten herkennen, en kan vanuit een vrijzinnig humanistisch perspectief het belang van de kwestie aangeven.
Ik heb een duidelijk beeld van de kwestie, kan daarin ook de belangen- en waardenconflicten goed uitleggen, en kan vanuit een vrijzinnig humanistisch perspectief het belang van de kwestie aangeven.
Kinder- en mensenrechten
Indicatief en ter inspiratie
A
starter
B
basis
C
gevorderd
D
expert
Ik heb (nog) geen idee hoe een vrijzinnig humanist een mogelijke oplossing voor deze kwestie zou beoordelen.
Ik kan alternatieve oplossingen herkennen en ook aftoetsen aan criteria van duurzaamheid en/of de kinder- en mensenrechten, maar kan nog niet goed inschatten hoe een of meer groepen of organisaties die dichterbij zouden kunnen brengen.
Ik kan alternatieve oplossingen voorstellen en aftoetsen aan criteria van duurzaamheid en/of de kinder- en mensenrechten, maar heb nog moeite om de mogelijkheden van beschikbare actievormen in een realistische strategie om te zetten.
Ik kan, rekening houdend met de mogelijkheden van verschillende actievormen binnen een democratisch kader, alternatieve oplossingen voorstellen en aftoetsen aan criteria van duurzaamheid en/of de kinder- en mensenrechten.
Bijdragen aan democratie
Indicatief en ter inspiratie
A
starter
B
basis
C
gevorderd
D
expert
Ik zie niet in wat mijn verantwoordelijkheid of bijdrage aan een oplossing zou kunnen zijn, en zie ook niet hoe een vrijzinnig humanist dat zinvol zou vinden.
Ik kan wel een open houding aannemen (1ste graad) / kritisch denken (2de – 3de graad) en zie ook hoe ik met anderen zou kunnen samenwerken om de democratie te helpen, begrijp ook hoe of waarom een vrijzinnig humanist dat zinvol zou kunnen vinden, maar dat wil nog niet goed of niet altijd lukken.
Ik kan goed een open houding aannemen / kritisch denken en samenwerken met anderen om de democratie vooruit te helpen, en kan ook beargumenteren hoe een vrijzinnig humanist dit zinvol kan vinden.
Ik kan zeer goed een open houding aannemen / kritisch denken en samenwerken met anderen om de democratie vooruit te helpen, en kan goed beargumenteren hoe een vrijzinnig humanist dit zinvol kan vinden.
autonomie
[procesdoel 1]

Begrijp ik hoe de samenleving werkt en invloed op me uitoefent?

Wat vind ik daarvan, wat wil en kan ik daar al dan niet aan veranderen?

moreel denken
[procesdoel 2]

Welke rol spelen waarden en normen in maatschappelijke conflicten rond sociale rechtvaardigheid, de open samenleving en de ecologische crisis?

Hoe herken ik een vrijzinnig humanistische moraal in het samenleven met anderen?

Hoe verhoud ik mij tegenover verschillende waarden- en normenstelsels in de publieke ruimte?

humaniseren
[procesdoel 3]

Welke oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen [de ‘breuklijnen’, zoals naar verwezen in de introductie] bevorderen de kinder- en mensenrechten?

Wat zijn de positieve en negatieve aspecten van democratische bestuursvormen?

Hoe verhoudt de democratie zich tot vrijzinnig humanistische waarden?

verantwoordelijkheid
[procesdoel 4]

Hoe kan ik een bijdrage leveren aan de democratie op lokaal, nationaal en mondiaal niveau?

Wat houdt verantwoordelijkheid opnemen in binnen de samenleving?

Welk engagement kan ik opnemen in de samenleving, weg van de onverschilligheid?

zingeving
[procesdoel 5]

Geeft burgerschap zin aan mijn bestaan en aan het samenleven met anderen?

Helpt het mij bij het omgaan met een snel veranderende samenleving?

Geeft het mij een doel om initiatief te nemen om anderen te helpen en de wereld beter te maken (genoeg voor altijd en iedereen)?

Een waaier van levensbeschouwingen: identiteit in dialoog
themaveld
4
thema
Vrijzinnig humanisten zijn voorstanders van secularisme en de scheiding tussen kerk en staat. Dat wil echter niet zeggen dat zij niet van religies willen of kunnen leren, noch dat alle vrijzinnig humanisten religies uit het openbare leven willen bannen.

Religies kunnen worden omschreven als talen die op symbolische wijze uitdrukking geven aan de verhouding tussen mens en wereld. Vaak bevatten zij rationeel en wetenschappelijk onhoudbare overtuigingen, die een aanleiding kunnen zijn tot conflict. Maar religies zijn ook een bron van eeuwenoude levenswijsheden, die vandaag nog steeds waardevol zijn.

In landen met een scheiding tussen kerk en staat, en waarin de levensbeschouwelijke diversiteit een feit is, kan de waardering van religies helpen om tot een post-seculiere manier van samenleven te komen. Een post-seculiere verstandhouding veronderstelt drie dingen. Ten eerste dat seculiere en religieuze mensen het bestaansrecht van elkaars levensbeschouwing erkennen en ondersteunen. Ten tweede dat zij beiden de principes van de constitutionele democratie onderschrijven. En, ten derde, dat zij samen een dialogisch leerproces gaande houden om polarisatie langs levensbeschouwelijke breuklijnen te vermijden.

In dit themaveld willen we de leerlingen leren hoe vrijzinnig humanisten kijken naar en omgaan met andere levensbeschouwingen. Hoewel dit overlapt met de opzet van ILC en ILD projecten, en het daarvoor ook een ondersteuning wil zijn, zijn de contexten en onderwerpen niet noodzakelijk dezelfde als degene waarrond je met collega’s LBV samenwerkt. De ondersteuning van deze matrix zit dan ook in de extra mogelijkheden om kennis over levensbeschouwingen bij te brengen, vergelijkingen te maken, en na te gaan wat vanuit vrijzinnig humanistisch perspectief wel en niet door de beugel kan, of wat er net een uitdaging voor kan zijn.

Verschillend van ILC en ILD is dat we hier, in de les NCZ, verder gaan of ook andere objectieven voor ogen hebben dan die van de dialoog of het leren van een uitwisseling van levensbeschouwelijke perspectieven. In de les NCZ wenden we immers waar nodig en mogelijk steeds relevante wetenschappelijke kennis en methoden aan. Zo passen we voor procesdoel 5 ‘zingeven’ de vaardigheden van het kritische denken ook toe op centrale geloofsovertuigingen van anderen, of laten we voor andere leerlijnen meer historische kritiek spreken dan in ILC of ILD projecten mogelijk is. Zo kan men in een les NCZ voor de tweede graad over seksualiteit (procesdoel 2 ‘moreel oordelen’) niet onbesproken laten dat resultaten uit onderzoek in de jaren zeventig naar de beleving van seksualiteit onder de jeugd diametraal tegenover de toen heersende katholieke moraal stonden, en daarbij ook heel wat onvrede en frustratie zichtbaar maakten. In dezelfde zin kan men voor de derde graad over natuurbeleving (zelfde procesdoel) een les voorbereiden over het pantheïsme van Spinoza, en erop wijzen dat het aanhangen van diens ideeën destijds op banvloeken en erger kon rekenen. In dezelfde les kan men ook vermelden dat Spinoza, net als Voltaire later, geen atheïst was, maar toch een beroemd voorvechter van tolerantie, wetenschap en vrijheid van mening. Die scheut filosofie kan de leerlingen er ook toe brengen de relaties tussen secularisme en geloof vanuit een nieuw perspectief te bekijken, waardoor je een combinatie kan maken met de leerlijnen van procesdoel 3 ‘humaniseren’.              

Meer algemeen en meer dan bij andere themavelden, zeker in de eerste graad, dient de leerkracht in dit themaveld he t aanschouwelijkheidsprincipe en het belangstellings- of motivatieprincipe te hanteren. De leerlingen dienen te worden aangesproken door thema’s en werkvormen die het leren over en leren van levensbeschouwingen tastbaar en concreet maken. Gaat het in de eerste graad over (in)tolerantie (procesdoel 3 ‘humaniseren’) dan is bv. ‘de hoofddoek in het straatbeeld’ een voor de hand liggend lesonderwerp, waarbij je een of meerdere interviews kan organiseren met moslima’s om de betrokkenheid van de leerlingen te verzekeren. Gaat het in de derde graad over religieus fanatisme (procesdoel 3 ‘humaniseren’), eventueel als voorbereiding op een ILD of in combinatie met themaveld 3 ‘Samenleven, democratie en burgerschap’, dan is de rol daarvan bij een internationaal conflict (bv. Israël-Palestina) een goed lesonderwerp.

Heading 6

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Levensbeschouwelijke oriëntatie
Indicatief en ter inspiratie
A
starter
B
basis
C
gevorderd
D
expert
Ik kan geen tot amper een beeld geven van andere levensbeschouwingen, en een vergelijking met mijn eigen oriëntatie ligt nog buiten mijn mogelijkheden.
Ik kan een beeld geven van andere levensbeschouwingen, maar de geschiedenis en verschillende elementen daarin zijn vatbaar voor verbetering, en het vergelijken met mijn eigen oriëntatie is nog maar net begonnen.
Ik kan een goed beeld geven van andere levensbeschouwingen, en vanuit het vrijzinnig humanisme daarvan positieve en negatieve aspecten behandelen, maar heb nog moeite om mijn eigen oriëntatie daarmee te vergelijken.
Ik kan mijn levensbeschouwelijke oriëntatie goed vergelijken met andere oriëntaties (inclusief vrijzinnig humanisme).
Levensbeschouwelijke gesprekken en projecten
Indicatief en ter inspiratie
A
starter
B
basis
C
gevorderd
D
expert
Ik kan bij een (inter)levensbeschouwelijk gesprek of project rond belangrijke thema’s en conflicten geen positie herkennen, en ben ook nog niet in staat om geschilpunten verder te analyseren.
Ik kan bij een (inter)levensbeschouwelijk gesprek of project rond belangrijke thema’s en conflicten verschillende posities herkennen, maar dat kan nog beter, net als mijn analyse van geschilpunten, stereotypen of vooroordelen.
Ik kan bij een (inter)levensbeschouwelijk gesprek of project rond belangrijke thema’s en conflicten de verschillende posities herkennen, maar heb nog moeite om daarbij geschilpunten, stereotypen of vooroordelen verder te analyseren.
Ik kan bij een (inter)levensbeschouwelijk gesprek of project rond belangrijke thema’s en conflicten de verschillende posities aangeven en geschilpunten, stereotypen en vooroordelen analyseren.
autonomie
[procesdoel 1]

Kan ik mijn levensbeschouwelijke oriëntatie herkennen en verantwoorden door een vergelijking met vrijzinnig humanisme en andere levensbeschouwingen?

moreel denken
[procesdoel 2]

Welke waarden en deugden spelen een rol in levensbeschouwingen?

Welke posities nemen aanhangers in belangrijke kwesties in?

En hoe verhouden deze zich met een vrijzinnig humanistische waardenoriëntatie?

humaniseren
[procesdoel 3]

Hoe gaan we best om met interlevensbeschouwelijk samenleven?

Wat zijn de mogelijkheden en de kansen, wat zijn de valkuilen?

Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van secularisme?

verantwoordelijkheid
[procesdoel 4]

Hoe kan ik een bijdrage leveren aan het interlevensbeschouwelijk samenleven?

zingeving
[procesdoel 5]

Op welke manier dragen levensbeschouwingen bij tot de menselijke zingeving?

Hoe gaan we als mens om met existentiële vragen?

Economie
themaveld
5
thema
Vrijzinnig humanisten voelen veel voor een economische orde waarin de economie ten dienste staat van de mens in plaats van omgekeerd. Historisch bestaande vormen van communisme kunnen op weinig bijval rekenen omdat liberale vrijheden, democratie en verschillende mensenrechten daarin vaak geen plaats hadden of hebben. Evenzo hebben ze het moeilijk met een economisch stelsel waarin winstmaximalisatie de dominante drijfveer is of waarin het kapitaal zich weet te onttrekken aan democratische besluitvorming.

Het kapitalisme als wereldeconomie bracht onder druk van de arbeidersstrijd voor veel mensen in het Westen (de kern-regionen van de moderne wereld) ongeziene welvaart, maar dit ging en gaat nog steeds gepaard met uitbuiting en onderdrukking van nog meer mensen in armere landen van de wereld. Vrijzinnig humanisten keren zich niet per definitie af van de geglobaliseerde economie, maar stellen zich wel kritische vragen bij de nadelen, gevaren en uitwassen ervan. Ze komen op voor economische en sociale (mensen)rechten en klagen schendingen ervan aan, waar ze ook geschonden worden of in verdrukking komen.

Steeds vaker bepleiten ze daarbij een alternatieve economische ordening. Naast vormen van sociale markteconomie vind je tussen de alternatieve voorstellen evengoed een economie van gemeenheden (commons) of een stelsel waarin een markt voor consumptiegoederen samengaat met een geplande productie van basisvoorzieningen.

Kortom, het themaveld economie roept de leerlingen op om mee na te denken over de organisatie en invloed van de economie op het (samen)leven en onze visie op het leven.

Lessen NCZ over ‘economie’ zijn gericht op het leren innemen van vrijzinnig humanistische perspectieven op politiek economische toestanden en processen. Het zijn geen lessen budgetbeheer, ondernemen, of abstracte economische wetenschap.

De leerkracht helpt de leerlingen het verband inzien tussen humanistische waarden en economische en sociale mensenrechten. Waar nodig maakt hij of zij hen bewust van ongelijkheden en schendingen van deze rechten. En hij of zij laat hen daarbij merken hoe het vrij onderzoek van maatschappelijke problemen kritisch wordt wanneer men zich buigt over hoe de verschillende economische posities en conflicterende belangen van de betrokkenen deze problemen verklaren. Dan dringt het vergelijken van alternatieve stelsels zich vrijwel vanzelf op.

Didactisch dient men, zeker in de eerste graad, de problemen zo aanschouwelijk mogelijk te maken: hoe ziet dat eruit, een leven als miljonair en een leven als dakloze? De overgang van verontwaardiging naar politiek economisch inzicht maakt de leerkracht vooral in de tweede graad, door te wijzen op de sociaaleconomische ongelijkheden en mistoestanden in de (vaak wereldwijde) productieketens van de kledij, voeding en hebbedingetjes van de leerlingen.

In de derde graad kan de leerkracht dan op hoger abstractieniveau de mondialisering van de ongelijke relaties tussen kern-, perifere en semi-perifere regionen hanteren, om de leerlingen te helpen een mening te vormen over de werking van het moderne wereldsysteem (of het historische kapitalisme) dat nu de hele wereld omspant. Daarbij zijn o.a. de ongelijke relaties van (neo)kolonialisme en imperialisme inbegrepen.

Voor het verwerken van de meer abstracte zaken of van de minder tot de jonge verbeelding sprekende onderwerpen in dit themaveld, kan de leerkracht debatten organiseren tussen duo’s of kleine teams. Het zoeken naar voor- en tegenargumenten helpt vrijwel iedere keer om de nodige kennis te verwerken en het inzicht op scherp te krijgen. Een vorm van leerlingenparlement hanteren, waarbij de leerlingen in kleine teams de posities vertolken van de betrokkenen bij een sociaaleconomisch conflict, werkt ook vaak goed.    

De competenties zijn per graad vrij eenvoudig te combineren met deze van themaveld 3 ‘Samenleven, democratie en burgerschap’, en kunnen ook aansluiting vinden met verschillende competenties in themaveld 7 ‘Milieu’. Om de motivatie en leerresultaten te maximaliseren kan je ook samenwerken met je collega’s aan een vak- en themaveld-overstijgend project.

Heading 6

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Wij zijn volop bezig met het aanvullen van de rubrics. Kom binnenkort nog eens terug.
autonomie
[procesdoel 1]

Ken ik mijn economische en sociale rechten?

Kan ik aan de hand daarvan mijn eigen situatie en voorkeuren op economisch vlak beoordelen?

moreel denken
[procesdoel 2]

Hoe leiden ongelijkheid in rijkdom en macht, discriminatie en onderdrukking, tot schendingen van economische en sociale rechten?

Wat zijn de grenzen en doeleinden van de productie van goederen en diensten?

humaniseren
[procesdoel 3]

Met welke economische initiatieven, oplossingen en modellen kunnen we een meer humane wereld bekomen?

Hoe geven we op een eerlijke en humane manier vorm aan ondernemen, arbeid en inkomen?

verantwoordelijkheid
[procesdoel 4]

Hoe kan ik bijdragen aan een economie, die ten dienste staat van de mens?

Hoe kan mijn koopgedrag bijdragen tot meer sociale economische verhoudingen?

zingeving
[procesdoel 5]

In hoeverre bepaalt je job je eigenwaarde en zelfbeeld?

Hoe zorgen economische rechten en verbeteringen voor betere sociale relaties, en voor meer greep op het eigen leven?

Wetenschap
themaveld
6
thema
Vrij onderzoek is voor het vrijzinnig humanisme een centrale waarde, een principe dat nauw verbonden is met de wetenschappelijke methode. Vrij onderzoek benadrukt het belang van onafhankelijk denken en het kritisch beoordelen van informatie, wat een fundamentele basis vormt voor wetenschappelijk onderzoek. Wetenschap, als een uitwerking van dit principe, is een proces en een set van methoden om betrouwbare kennis te verwerven. Het is een systematische benadering om de werkelijkheid te begrijpen en te verklaren, gebaseerd op empirisch bewijs en logisch redeneren. Vrij onderzoek in wetenschappelijke zin onderscheidt zich duidelijk van pseudowetenschap.

Wetenschap is in de benadering van de mens en de wereld niet waardenvrij. Wetenschapsbeoefening omvat het maken van keuzes over wat belangrijk en niet belangrijk is. Wetenschap is ook geen geïsoleerd fenomeen. Het is diep verweven met de maatschappij en wordt beïnvloed door diverse factoren, waaronder particuliere, industriële en politieke belangen. Vrijzinnig humanisten vinden het dan ook zinvol om de onderliggende belangen en drijfveren van wetenschapsbeoefening kritisch te onderzoeken en te beoordelen.

Het renaissance- en verlichtingshumanisme heeft een positieve stimulans gegeven aan het streven naar vrij onderzoek en wetenschappelijke kennis. Dat betekent niet dat vrijzinnig humanisten ervan uitgaan dat wetenschap en techniek alle problemen in de wereld kunnen en zullen oplossen. In het hedendaagse humanisme wordt het nadenken over wetenschap, in het licht van technologische ontwikkelingen en economische groei, dan ook verrijkt door extra aandacht voor duurzaamheid en mondiale rechtvaardigheid.

In dit themaveld willen we leerlingen helpen begrijpen wat wetenschap is en wat de mogelijkheden, beperkingen en gevaren ervan zijn.

Daarbij willen we hen leren wat autonoom en kritisch denken is, en hoe ze ethische vraagstukken bij wetenschap en technologie kunnen herkennen en analyseren.  Het uiteindelijke doel is dat zij in staat zijn verantwoordelijkheid op te nemen voor hoe zij wetenschap en technologie hanteren en dat zij kunnen mee beslissen over hoe ze in te zetten voor een meer duurzame en rechtvaardige wereld.

Door deze vaardigheden te ontwikkelen, kunnen leerlingen bijdragen aan een kritische en verantwoordelijke samenleving die begrijpt hoe wetenschap en technologie ons leven beïnvloeden.

Heading 6

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Dierenproeven en evolutietheorie
Indiicatief en ter inspiratie
A
starter
B
basis
C
gevorderd
D
expert
Ik geef een eenvoudige mening over dierenproeven zonder duidelijke onderbouwing.
Ik geef een mening over dierenproeven met enige onderbouwing, maar mogelijk zonder alle aspecten te overwegen.
Ik neem een duidelijk moreel standpunt in over dierenproeven, onderbouwd met een gedegen analyse van de voor- en nadelen.
Ik neem een diepgaand en genuanceerd moreel standpunt in over dierenproeven, onderbouwd met een uitgebreide en kritische analyse van de voor- en nadelen.
Ik geef basisideeën over de evolutietheorie en het vrijzinnig humanistisch wereldbeeld met enige onduidelijkheden.
Ik argumenteer duidelijk waarom de evolutietheorie relevant is voor het vrijzinnig humanistisch wereldbeeld.
Ik presenteer overtuigend en met nuance hoe de evolutietheorie het vrijzinnig humanistisch wereldbeeld ondersteunt en verrijkt.
Ik argumenteer en presenteer op een uitzonderlijk heldere, overtuigende en diepgaande manier de synergie tussen de evolutietheorie en het vrijzinnig humanistisch wereldbeeld.
Kritisch denken en wetenschap
Indicatief en ter inspiratie
A
starter
B
basis
C
gevorderd
D
expert
Ik heb geen idee van kritisch denken en wetenschap, en kan de vaardigheden ervan niet inzetten
Ik heb een idee van kritisch denken en wetenschap, maar heb nog moeite met het inzetten van de vaardigheden ervan
Ik kan kritisch denken en wetenschap beschrijven, en kan ook de voornaamste vaardigheden ervan inzetten
Ik kan kritisch denken en wetenschap goed beschrijven, en kan de vaardigheden ervan goed inzetten
Ik heb geen idee van wat vanuit vrijzinnig humanistisch perspectief de risico’s en het belang van wetenschap en technologie zijn
Ik kan risico’s en het belang van wetenschap en technologie vanuit een vrijzinnig humanistisch perspectief herkennen, maar kan deze nog niet goed uitleggen
Ik kan risico’s en het belang van wetenschap en technologie vanuit een vrijzinnig humanistisch perspectief herkennen en uitleggen
Ik kan risico’s en het belang van wetenschap en technologie vanuit een vrijzinnig humanistisch perspectief goed overzien en uitleggen
Wetenschappelijke ontdekkingen
Indicatief en ter inspiratie
A
starter
B
basis
C
gevorderd
D
expert
Ik heb basiskennis van enkele belangrijke wetenschappelijke ontdekkingen.
Ik ken belangrijke wetenschappelijke ontdekkingen en begin hun historische context te begrijpen.
Ik heb kennis van belangrijke wetenschappelijke ontdekkingen en hun historische en culturele context.
Ik heb grondige kennis van belangrijke wetenschappelijke ontdekkingen, inclusief hun historische, culturele en wetenschappelijke achtergronden.
Ik kan eenvoudige vragen stellen over hoe deze ontdekkingen relevant zijn voor het dagelijks leven, maar ik heb moeite met het leggen van diepere verbanden.
Ik kan verbanden leggen tussen wetenschappelijke ontdekkingen en hun invloed op het dagelijks leven en de maatschappij, maar ik mis nog diepte in het begrip van het universum.
Ik kan reflecteren op de impact van deze ontdekkingen op het leven, de maatschappij en het universum, en ik begin de complexiteit en onderlinge verbondenheid te begrijpen.
Ik kan reflecteren en kritisch discussiëren over de betekenis en het belang van deze ontdekkingen, en ik begrijp hoe ze bijdragen aan een breder begrip van het leven en het universum.
autonomie
[procesdoel 1]

Hoe positioneer ik mij tegenover wetenschappelijke inzichten?

Kan ik op basis van die inzichten weloverwogen keuzes maken en standpunten innemen?

moreel denken
[procesdoel 2]

Wat is betrouwbare kennis voor ons moreel oordelen en - handelen?

Welke ethische en morele vraagstukken gaan gepaard met wetenschap en technologie?

Hoe kunnen we onze eigen morele overtuigingen en waarden herkennen en verantwoorden in relatie tot wetenschap en technologie?

humaniseren
[procesdoel 3]

Hoe kan wetenschap in het teken staan van het menselijk streven naar een kwaliteitsvol leven?

Hoe dragen wetenschappelijke verworvenheden bij tot een meer humane samenleving?

verantwoordelijkheid
[procesdoel 4]

Hoe beïnvloeden (de resultaten van) wetenschap en technologie ons leven?

Hoe dienen we daar binnen een vrijzinnig humanistisch perspectief mee om te gaan?

Hoe kan ik waarheidsaanspraken kritisch onderzoeken door ze te verbinden met gevulgariseerde wetenschappelijke inzichten?

Hoe kan ik zelfbewust en verantwoordelijk omgaan met moderne technologische hulpmiddelen?

zingeving
[procesdoel 5]

Kan wetenschap ons meer greep geven op het leven?

Kan wetenschap ons een doel bieden?

Hoe kunnen we met behulp van de ratio komen tot verbondenheid om te komen tot gedeelde kennis en inzichten over de wereld en het leven?

Welke rol speelt de menselijke verbeelding in het wetenschappelijk, oplossingsgericht denken?

Milieu
themaveld
7
thema
Vrijzinnig humanisten erkennen de uitdagingen die samenhangen met de klimaatverandering. Ze erkennen ook dat er nog andere ecologische grenzen zijn, zoals verantwoord landgebruik, voldoende biodiversiteit en beschikbaar zuiver water. Verschillende van die grenzen worden vandaag al overschreden. Maar hoewel vrijzinnig humanisten rekenen op de verantwoordelijkheidszin en de capaciteiten van de mens om deze crisis het hoofd te bieden, delen zij niet allen dezelfde visie op hoe dat moet gebeuren.

Aan de ene zijde van het spectrum aan visies staat het geloof in groene groei of de gedachte dat we door het stimuleren van wetenschap en technologische innovatie, zoals kernfusie en bio-energie met CO2 opvang, de ecologische crisis zullen kunnen oplossen. Onze politieke economie en moderne beschaving moeten volgens hen niet fundamenteel veranderen.

Aan de andere kant van het spectrum beklemtoont men dat we al bijna twee planeten nodig hebben om ons systeem gaande te houden. Innovatie is ook hier welkom, net als groei in arme landen of in sectoren zoals het openbaar vervoer en andere publieke voorzieningen. Maar in het huidige systeem stijgt de totale groei exponentieel, wat onherroepelijk leidt tot de vernietiging van waardevolle ecosystemen. Het overdenken van een systeemverandering is aangewezen: een pleidooi voor ‘ontgroeien’ klinkt luid en vooral de kernlanden van het wereld-systeem en de toplaag van superrijken dragen een grote historische verantwoordelijkheid.

In de meeste visies schemert de nood aan een dieper besef van de verwevenheid tussen mens en natuur wel door. Bij hen die vooral inzetten op wetenschap en technologie neemt dat soms de vorm aan van een hoogtechnologisch stedelijk bestaan voor alle mensen, naast een natuur die meer met rust wordt gelaten. Bij hen die een fundamentele systeemverandering voorstaan komt het besef eerder tot uiting in de mening dat niet alles koopwaar mag zijn, en in een dialoog met andere, meer eco-centrische culturen of levensbeschouwingen.

Bij de ecologische crisis dringen zich ook vragen over het ‘humanisme’ op: wat verstaan we onder ‘de mens staat centraal’? Betekent dit dat we het centrum van de natuur zijn en de natuur min of meer naar believen kunnen gebruiken of naar onze hand zetten? Of willen we aan natuurbehoud doen omdat we enkel dan onze soort in stand kunnen houden, en zal dergelijke ‘antropocentrische’ ingesteldheid voldoende zijn om recht te doen aan de complexiteit van de ecosystemen? Of gaat humanisme vooral over het streven naar een meer humane samenleving, een andere politieke economie en beschaving die het dualisme van mens en natuur kan overstijgen, als een noodzakelijke voorwaarde of zelfs de juiste strategie om deze crisis te boven te komen? Dit zijn fundamentele levensbeschouwelijke vragen en de antwoorden erop kunnen de toekomst van het vrijzinnig humanisme diepgaand beïnvloeden. We hebben dan ook een competentiematrix opgesteld waarmee we de leerlingen alle voornaamste kwesties en inzichten kunnen aanreiken die nodig zijn om hierbij tot een zelfstandig oordeel en engagement te komen.

De centrale leerlijn gaat van (het morele oordelen over) het menselijk toegevoegde broeikaseffect, over de planetaire ecologische grenzen (opgesteld door het Stockholm Resilience Center) naar de obstakels voor de ontkoppeling van economische groei en natuurvernieling (opgesteld door The European Environmental Bureau). Over de drie graden heen kunnen zo alle milieuproblemen aan bod komen, en kunnen ook de individuele impact en het politiek economische de nodige aandacht krijgen, op de geschikte leeftijd daarvoor.

Voor de procesdoelen 3 en 4 kan zo ook worden gewerkt rond maatregelen of acties die steeds complexer zijn. In de eerste graad kan de leerkracht focussen op ‘Jij en het milieu’ of hoe je door aanpassingen aan individueel gedrag een bijdrage kan leveren aan een meer duurzame wereld: wat is mijn ecologische voetafdruk, hoe verhoudt die zich tot die van anderen in eigen land en elders, en hoe kan ik die verkleinen? In de tweede graad kan gewerkt worden rond de relevante sociale ontwikkelingsdoelen of juridisch afdwingbare ‘maatregelen’, om dan in de derde graad voorbij een arsenaal aan maatregelen te gaan en de meer fundamentele politieke of politiek economische kwesties aan te pakken: indien recyclage en circulaire systemen onvoldoende kunnen opbrengen, en ook marktmechanismen zoals de handel in emissierechten en de kracht van technologische innovatie maar zover reiken, moet er dan ook niet worden nagedacht over de voorwaarden om tot een meer geplande, effectievere aanpak te komen?

Met de competenties in de leerlijn voor het procesdoel 5 ‘zingeven’ koppelen we terug naar de fundamentele levensbeschouwelijke vragen over de plaats van de mens en diens relatie tot de natuur: geven evolutietheorie, ecologie, en ecologische economie niet aan dat we het dualisme mens – natuur moeten verlaten?

Bij procesdoel 4 ‘verantwoordelijkheid’ geeft de matrix terug mogelijkheden om de competenties meer geïntegreerd en dynamischer te benaderen met een (vakoverstijgend) project, dat ook competenties van themavelden 3 ‘Samenleven, democratie en burgerschap’ en 5 ‘Economie’ kan insluiten. De film Youth City Hall (voor de derde graad) geeft daar een goed voorbeeld van.

Heading 6

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Wij zijn volop bezig met het aanvullen van de rubrics. Kom binnenkort nog eens terug.
autonomie
[procesdoel 1]

Ken ik mijn impact op het milieu?

Ken ik de ecologische grenzen van menselijk gedrag?

Hoe kunnen we het menselijk gedrag verduurzamen? Wat zijn de hindernissen die de duurzaam denken en handelen bemoeilijken?

Kan ik deze hindernissen betrekken op het kritisch oordelen over ethisch- of politiek-ecologische kwesties?

moreel denken
[procesdoel 2]

Hoe leidt het uitputten van de aarde tot (gebruik van fossiele energie, extractie en economische groei,…) ecologisch onhoudbare situaties?

Wat houdt het uitputten van de aarde in voor de mens?

Hoe kan ik mij als mens verhouden tot de natuur?

humaniseren
[procesdoel 3]

Met welke rechten, initiatieven, oplossingen en modellen, kunnen we een duurzamer wereld bekomen?

verantwoordelijkheid
[procesdoel 4]

Hoe kan ik zelf een bijdrage leveren aan een of meer van de oplossingen voor de ecologische crisis?

zingeving
[procesdoel 5]

Welke zingeving kunnen we ontlenen uit de plaats van de mens binnen de grenzen en het groter geheel van de ecosystemen (natuur)?

Kunst en expressie
themaveld
8
thema
Kunst is een fascinerend en veelzijdig onderwerp dat een unieke gelegenheid biedt om de esthetische, intellectuele en emotionele ontwikkeling van leerlingen te stimuleren. Het stelt hen in staat om hun autonomie te verkennen door zelfstandig te denken en out-of-the-box te durven denken. Dit themaveld gaat veel verder dan het simpelweg waarderen van een kunstwerk; het moedigt leerlingen aan om kritisch na te denken over verschillende kunstvormen en -stromingen en hun eigen smaak en voorkeuren te ontwikkelen.

Kunst speelt ook een cruciale rol bij het bevorderen van creativiteit, expressie en persoonlijke ontwikkeling. Het fungeert als een instrument voor reflectie en expressie van de brede wereld, en biedt mogelijkheden om begrip, zelfexpressie en creatieve vaardigheden te bevorderen. Kunst is een bijzonder krachtig middel om de werkelijkheid op een heel persoonlijke manier te ervaren en weer te geven. Het themaveld biedt ook een rijke bodem voor moreel en ethisch denken. Leerlingen worden aangemoedigd om na te denken over vragen zoals: "Wat is de rol van kunst in de samenleving?" en "Hoe ethisch is de kunstmarkt?"

De mens heeft het vermogen om door middel van verbeelding en symbolisering in het leven te staan. Dat vermogen hoort tot het wezen van de mens. Het is van belang om onze leerlingen vanaf een vroege leeftijd bekend te maken met de diverse creatieve uitingen van onze cognitieve vermogens.

Expressie en kunst spelen een cruciale rol binnen onze samenleving, waarbij ze niet alleen dienen als middel voor het uiten van emoties, maar tevens als drijvende krachten voor het bevorderen van creativiteit, verbeeldingskracht, kritisch denken en als gemeenschappelijke taal. Kunst biedt mensen de ruimte om te experimenteren, te ontdekken, en de grenzen van hun creatieve mogelijkheden te verleggen. Hierdoor wordt het beeld van individuele ideeën op de wereld aangemoedigd en verbreed. Kunst in al haar vormen kan ook dienen als een krachtige manier om emoties, ideeën en waarden uit te drukken, en kan zo zowel op een kritische als pacificerende wijze bijdragen aan discussies over thema's als rechtvaardigheid, gelijkheid, diversiteit, mensenrechten en sociale verantwoordelijkheid.

In Themaveld Kunst & Expressie streven we ernaar leerlingen te helpen hun artistieke autonomie te ontwikkelen en kunst te gebruiken als middel voor zelfexpressie, maatschappelijke reflectie en zingeving. We volgen een opbouw die evolueert van persoonlijke ervaringen naar meer complexe analyses van de rol van kunst in de samenleving.

In de eerste graad ligt de focus op het verkennen van emoties en gevoelens in relatie tot kunst, het onder woorden brengen van persoonlijke betekenissen, en het experimenteren met eenvoudige creatieve projecten.

In de tweede graad verschuift de aandacht naar het vormen van een eigen identiteit door kunst, het analyseren van ethische dilemma's in de kunstwereld, en het onderzoeken van de relatie tussen kunst en culturele taboes.

In de derde graad worden leerlingen aangemoedigd om dieper in te gaan op de plaats van kunst in de samenleving, de ideologische functies van kunst te onderzoeken, en de rol van kunst in zingeving en spiritualiteit te verkennen.

Leerkrachten worden aangemoedigd om een diverse selectie van kunstwerken en -stromingen te presenteren, met speciale aandacht voor vrouwelijke kunstenaars en ondervertegenwoordigde groepen. Gebruik interactieve en creatieve lesmethoden, zoals het organiseren van virtuele museumbezoeken, het creëren van kunstwerken geïnspireerd door bepaalde kunstenaars of stromingen, en het organiseren van debatten over ethische kwesties in de kunst. Stimuleer kritisch denken door leerlingen te laten analyseren hoe kunstwerken maatschappelijke kwesties aankaarten en hoe ze kunnen bijdragen aan een meer humanistische samenleving.

Laat leerlingen reflecteren op hoe kunst hun identiteit beïnvloedt en hoe het kan bijdragen aan zingeving. Besteed aandacht aan de evolutie van schoonheidsidealen door de tijd heen en tussen culturen. Moedig leerlingen aan om hun eigen kunstwerken te creëren die filosofische vragen of ideeën verkennen, en laat hen presentaties geven over hoe verschillende kunstvormen het zelfbeeld mee vormgeven. In de hogere graden kunnen leerlingen de rol van kunst in het uitdagen van bestaande normen en waarden onderzoeken, evenals de ethische grenzen van artistieke expressie.

Door deze aanpak kunnen leerlingen niet alleen hun artistieke vaardigheden ontwikkelen, maar ook groeien in hun begrip van identiteit, cultuur, en de rol van kunst in zingeving en maatschappelijke verandering. Ze leren kunst te waarderen als een universele taal die mensen kan verbinden ondanks hun verschillen.

Heading 6

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Wij zijn volop bezig met het aanvullen van de rubrics. Kom binnenkort nog eens terug.
autonomie
[procesdoel 1]

Hoe kan kunst mij helpen om mezelf beter te begrijpen en mijn eigen identiteit te vormen?

Wie ben ik als kunstliefhebber of kunstenaar?

Hoe kan kunst mij helpen om doelen te stellen, zoals het ontwikkelen van mijn eigen vaardigheden of het begrijpen van andere culturen?

moreel denken
[procesdoel 2]

Voel je je meer betrokken bij de wereld om je heen door kunst?

Hoe helpt kunst je om je in te leven in anderen?

Wat leer je over je eigen waarden door naar kunst te kijken of zelf kunst te maken?

Kun je een kunstwerk noemen dat je aan het denken heeft gezet over een moreel dilemma?

humaniseren
[procesdoel 3]

Hoe kan kunst bijdragen aan een meer humane samenleving?

Hoe kan kunst ons helpen om betere relaties te bouwen in de klas, op de speelplaats, en daarbuiten?

verantwoordelijkheid
[procesdoel 4]

Hoe kan kunst ons bewust maken van onze verantwoordelijkheden tegenover de samenleving, dieren en de natuur?

Wat zijn de mogelijke gevolgen van het maken of interpreteren van kunst?

zingeving
[procesdoel 5]

Hoe geeft kunst zin aan jouw leven?

Hoe kan kunst bijdragen aan een dialoog over wat zinvol is in het leven?

Hoe helpt kunst je om de waarde van dingen buiten jezelf te ontdekken?

Wat is het belang van verbeelding en humor in het leven?

Media en communicatie
themaveld
9
thema
Het themaveld Media en Communicatie is belangrijk in ons onderwijs, omdat het leerlingen voorbereidt op een wereld waarin media alomtegenwoordig is. In onze snel veranderende, digitale wereld spelen media een belangrijke rol in ons dagelijks leven. Dit themaveld helpt leerlingen om kritische, geïnformeerde en verantwoordelijke media te gebruiken. Het helpt hen om door de complexe en dynamische wereld van media en communicatie te navigeren.

De competenties die leerlingen ontwikkelen binnen dit themaveld zijn veelzijdig en ondersteunen hun groei in het persoonlijke en het later professionele leven. Deze omvatten kritisch denken, het vermogen om feiten van meningen te onderscheiden, ethische overwegingen, digitale geletterdheid, en effectieve communicatievaardigheden. De introductie van concrete lesimpulsen en actuele concepten zoals mediawijsheid, factchecken, fake news, deepfakes en AI, de fabeltjesfuik, complotdenken,..., verrijkt de leerervaring. Deze termen bieden leerlingen de taal en de tools om bewust te communiceren en kritisch te navigeren door de hedendaagse mediaomgeving, waarbij ze leren onderscheid te maken tussen betrouwbare informatie en misleidende inhoud. Door deze thema's te integreren, worden leerlingen niet alleen vaardiger in het communiceren en omgaan met media, maar ook weerbaarder tegen de uitdagingen die onze digitale wereld met zich meebrengt.

Door deze vaardigheden te ontwikkelen, zijn leerlingen in staat om media-inhoud kritisch te analyseren, de impact van (onafhankelijke) media op de samenleving te onderzoeken en hun eigen ideeën en meningen op een verantwoorde manier uit te drukken.

In dit themaveld leren leerlingen ook over de invloed van media en communicatie op individuele en maatschappelijke waarden. Ze verkennen hoe media kunnen worden gebruikt om positieve sociale verandering te bevorderen, maar ook hoe het kan bijdragen aan misinformatie en polarisatie. Door het ontwikkelen van een begrip van deze dynamieken, worden leerlingen voorbereid om actieve en geïnformeerde burgers te zijn in een steeds meer verbonden en globaliserende wereld. Bij het procesdoel ‘zingeving’ wordt stilgestaan bij hoe we de mens via taal kunnen leren kennen als zingevend wezen.

In het themaveld Media en Communicatie willen we dat leerlingen zich ontwikkelen tot kritische en verantwoordelijke mediagebruikers met aangepaste communicatievaardigheden. We volgen een opbouw die evolueert van basisvaardigheden in media en AI-geletterdheid naar complexere analyses van media-invloeden en gepaste communicatievaardigheden.

In de eerste graad ligt de focus op het aanleren van een 'geloof niet zomaar alles'-attitude, waarbij leerlingen leren basisprincipes van factchecking toe te passen en eenvoudige vormen van manipulatie te herkennen.

In de tweede graad verschuift de aandacht naar het analyseren van mediaboodschappen, het onderzoeken van de bronnen achter informatie, en het begrijpen van complexere mechanismen zoals framing en 'cherrypicking', maar ook generatieve AI.

In de derde graad worden leerlingen aangemoedigd om dieper in te gaan op de ethische implicaties van media en communicatie, de rol van AI en algoritmes, en de impact van media op maatschappelijke en politieke processen.

Leerkrachten worden aangemoedigd om een diverse selectie van mediavoorbeelden te gebruiken, van lokale nieuwsberichten tot internationale mediafenomenen. Gebruik interactieve en praktijkgerichte lesmethoden, zoals het organiseren van debatten, het uitvoeren van factcheck-opdrachten, en het analyseren van actuele mediacases. Organisatie zoals VRT, Mediawijs, kenniscentrum data & maatschappij zijn interessante bronnen die je kunnen ondersteunen in het opbouwen van een les.  Stimuleer kritisch denken door leerlingen te laten onderzoeken wie er 'achter' mediaboodschappen zit en wat hun mogelijke motieven zijn. Besteed aandacht aan de werking van kwaliteitsjournalistiek en het belang van betrouwbare bronnen.

Laat leerlingen reflecteren op hun eigen mediagedrag en communicatiestijl, en hoe deze bijdragen aan een warme samenleving. Besteed aandacht aan de balans tussen vrije meningsuiting en verantwoordelijke communicatie, zoals het gepast reageren op een facebookpost. Moedig leerlingen aan om hun eigen vlog  te creëren die ethische kwesties of maatschappelijke thema's aankaarten. In de hogere graden kunnen leerlingen de rol van media in het vormen van publieke opinie en politieke processen onderzoeken, evenals de ethische grenzen van mediamanipulatie en propaganda.

Door deze aanpak kunnen leerlingen niet alleen hun mediageletterdheid ontwikkelen, maar ook groeien in hun begrip van de complexe relatie tussen media, communicatie, en maatschappij. Ze leren media kritisch te benaderen als een krachtig middel voor informatieverspreiding en maatschappelijke verandering, terwijl ze ook de verantwoordelijkheid ontwikkelen om zelf ethisch en doordacht te communiceren in een steeds meer gedigitaliseerde wereld.

Heading 6

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Wij zijn volop bezig met het aanvullen van de rubrics. Kom binnenkort nog eens terug.
autonomie
[procesdoel 1]

Op welke manieren kan mijn keuze van media (zoals de films die ik kijk, de muziek waar ik naar luister, of de boeken die ik lees) iets zeggen over wie ik ben?

Hoe kan ik leren om informatie die ik via media ontvang, zoals nieuwsartikelen of sociale media posts, kritisch te beoordelen?

Hoe onderscheid ik feiten van meningen of misleidende informatie?

Hoe word ik mediawijs en leer ik mezelf beschermen tegen negatief gebruik van sociale media?

moreel denken
[procesdoel 2]

Welke voorwaarden moeten ingevuld worden om te spreken van onafhankelijke media?

Hoe beïnvloedt de wijze van communiceren ons denken?

humaniseren
[procesdoel 3]

Hoe kan ik bijdragen aan meer menselijkheid op sociale media en omgang met anderen?

Hoe kan ik de wereld veranderen, als ik niet op onderzoek uitga om de wereld te kennen?

verantwoordelijkheid
[procesdoel 4]

Wat mag ik en wat niet op sociale media?

zingeving
[procesdoel 5]

Wat begrijp ik onder ‘Ik ben wat ik weet’?

Hoe begrijpen we dat we over de mens (menselijkheid) alleen maar kunnen leren vanuit de menselijk talige activiteiten?